Preverbale communicatie: voorlopers van taalontwikkeling

In onze praktijk worden veel kinderen in de leeftijd 1-2 jaar aangemeld omdat de eerste woordjes niet goed op gang komen. Samen met ouders inventariseren we dan wat de kinderen wel al kunnen. We kijken heel gericht naar de voorwaarden voor de ontwikkeling van spraak en taal. Al heel jong zien we interactie ontstaan tussen kinderen en hun omgeving. De ontwikkeling van de preverbale communicatie (voordat een kind woordjes zegt) wordt beschouwd als voorloper van taalontwikkeling. Dit ziet er in het algemeen als volgt uit:

 

Voorlopers van taalgebruik

± 2 maanden:

  • Gezamenlijke aandacht voor elkaar. Wanneer het kind met het gezicht naar de volwassene toe gehouden wordt of de volwassene binnen het blikveld van het kind komt, kan het kind de blik op de volwassene gericht houden en op de volwassene reageren.

± 6 maanden:

  • Protoconversaties: om beurten geluid maken, vooral doordat de volwassene een beurtstructuur creëert.
  • Voorwerpen komen de interactie binnen via moeder. Kind en volwassene maken gebruik van blikrichting, gebaren en het manipuleren van voorwerpen.

± 9 maanden:

  • Wederzijdsheid. Dit blijkt uit:
    • de protoconversatie ontstaat niet meer alleen dankzij de activiteit van de volwassene;
    • voorwerpen komen de interactie binnen, nu ook via de baby;
    • interactiespelletjes ontstaan.
  • Het gedrag van de baby wordt intentioneel.

Er zijn een aantal communicatieve functies die al verbonden worden met vocalisaties van het jonge kind:

    • het kind geeft uiting aan plezier, verrassing of herkenning
    • het kind drukt ongenoegen uit
    • het kind wijst iets af
    • het kind vestigt de aandacht op een voorwerp
    • het kind vestigt de aandacht op zichzelf
    • het kind wil de ander een voorwerp geven, of een voorwerp krijgen dat de ander heeft

Voorlopers van taalvorm

0 – 6 weken: 

  • Luisteren: stemherkenning, klankdiscriminatie
  • Vocaal: schreien, huilen

6 – 20 weken: 

  • Luisteren: selectief luisteren naar spraak; klinkerperceptie, lettergreepperceptie
  • Vocaal: vocaliseren

4 – 6 maanden: 

  • Luisteren: medeklinkerperceptie
  • Vocaal: vocaal spel

vanaf 7 maanden: 

  • Luisteren: Taalspecifieke foneemperceptie; ‘moedertaalfilter’; woordpatroonherkenning
  • Vocaal: brabbelen, eerst met identieke CV combinaties, vervolgens met variaties van verschillende CV combinaties en steeds meer zinsmelodie

Voorlopers van taalinhoud

± 10 maanden:

  • het kind zoekt naar een object dat het ziet verdwijnen (voorbereiding objectpermanentie)

vanaf ongeveer 7 tot 9 maanden:

  • het kind kan spelen met verschillende objecten

9 tot 12 maanden:

  • het kind kan objecten die bij elkaar horen van elkaar scheiden en daarna met elkaar in verband brengen
  • het kind begrijpt 10 tot 40 woorden, en kan kijken naar iets dat genoemd wordt of het pakken

Voorlopers van integratie van taalvorm, taalinhoud en taalgebruik

rond 12 maanden:

  • ontstaan van protowoorden: een vaste klankcombinatie, met een specifieke betekenis
    • gebruik van protowoord, als uitdrukking van communicatieve functies
    • gebruik van protowoord tijdens activiteit (bv. bij rijden auto: brrrrr)
    • gebruik van protowoord tijdens een bepaalde routine (bv. bij eten: hap)
    • gebruik van protowoord, ook als het voorwerp niet aanwezig of zichtbaar is

 

Heeft u twijfels over de taalontwikkeling van uw jonge kind? Neem contact op en we helpen u graag.